Over dit project

Gemeenten die werk willen maken van de rol van deelmobiliteit in de mobiliteitstransitie, zien steeds vaker dat het initiatief ook uit bewoners zelf komt. Buurtbewoners die samen voertuigen delen, organiseren méér dan alleen mobiliteit: ze bouwen aan onderling vertrouwen, ontwikkelen sociale cohesie, stimuleren veranderingsbereidheid, lokale betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving.

De vragen die dan opkomen: Hoe sluit het gemeentelijk beleid aan op die beweging? Hoe blijven onder de reguleringstaak van een gemeente de waarde van bewonersinitiatieven behouden? Hoe beantwoord je de behoeften van initiatieven? Met welke ondersteuningsinstrumenten?

In een co-creatie, georganiseerd vanuit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Natuurlijk!Deelmobiliteit heb ik mij samen met ambtenaren uit diverse gemeenten en het Ministerie van I&W over deze vragen gebogen. Wat werd opgeleverd is een Toolbox voor gemeenten die beleidsmakers en uitvoerende ambtenaren in staat stelt georganiseerde bewonersinitiatieven en andere vormen van onderling autodelen beter te duiden, begrijpen en ondersteunen. Een hulpmiddel dat bovendien poogt de diversiteit aan verschijningsvormen te beantwoorden aan, die de modaliteit ‘Deelmobiliteit’ in de praktijk rijk is.

Deelmobiliteit, wonen of energie als commons?

Ben je vanuit jou rol in een gemeente bezig met bewonersinitiatieven rond mobiliteit of andere gedeelde voorzieningen?

Ik denk graag mee over hoe je beleid en instrumenten aansluit op de lokale praktijk, en initiatieven een werkbare plaats geeft in de transitie-opgaven in jouw gemeente.

Een praktijkverkenning die we een jaar eerder deden vanuit het samenwerkingsprogramma, maakte duidelijk dat bewonersinitiatieven niet alleen verschillen in schaal of organisatievorm, maar vooral in motivatie, streven, onderlinge verhoudingen ambities, – en impactpotentieel. Sommige bewonersgroepen zijn sterk zelforganiserend of waardegedreven, anderen vinden dat minder belangrijk en willen liever (niet meer dan) klant zijn. Sommige initiatieven starten specifiek vanuit een duurzaamheidsstreven en gedragsverandering, anderen zijn gericht op sociale samenhang of een idee van inclusiviteit. Dergelijke bepalingen leiden tot allerlei verschillen in de wijzen waarop deelmobiliteit tot stand komt, die voor een gemeente en de leefomgeving verschillende waarden (en concrete impact) kunnen hebben. In de erkenning dat dit een factor zal worden in lokale mobiliteitstransities, hebben we de verschillende verschijningsvormen van deelmobiliteit juist als vertrekpunt genomen van het co-creatieproces.

Binnen het team heb ik onder meer inhoudelijk gewerkt aan de onderliggende structuur van de Toolbox:

  • het duiden en ordenen van de verschillende vormen van zelforganisatie bij autodeelinitiatieven en hun verschillen in impact(potentieel)
  • het uitwerken van de ontwikkelingsfasering van bewonersinitiatieven, die gemeenten helpt begrijpen op welk punt een initiatief zich bevindt, wanneer zij zich met hun behoeften tot een gemeente wenden
  • het vertalen van de opgehaalde ervaringen naar hanteerbare stappen, vragen en hulpmiddelen voor de praktijk

Met behulp van de toolbox kunnen gemeenten beter aansluiten op wat een initiatief op een bepaald moment nodig heeft: inspirerende voorbeelden, doorverwijzing, procesondersteuning of juist handelingsruimte en vertrouwen.

Mijn bijdrage aan het co-creatief proces zat vooral in het bewaken van de samenhang: zorgen dat losse inzichten, voorbeelden en tools samen een logisch geheel vormen dat bruikbaar is in de praktijk. Mijn rol was hier vaak die van verbinder en de ‘vertaler’ die de opgehaalde praktijkervaring (de perspectieven van bewonersinitiatieven) een plek gaf in het opleverproduct dat die praktijk voor gemeenten werkbaar maakt.

COCREATIE

procesbegeleiding, communicatie

TRANSITIEWERK

beleid & praktijk verbinden

ONTWIKKELING

praktijkgerichte toolbox


Andere projecten